Geluk bij een ongeluk

Een zalm vangen dat was mijn grootste wens. Dit jaar moest het maar eens gebeuren. Ik heb speciaal een nieuwe hengel aftma 8 gekocht. Hieraan zou ik best wel een zalm kunnen drillen. Op zaterdag vier juli vertrokken we richting Noorwegen. Na een overnachting in Denemarken reisden we 's zondags met de boot naar Oslo. We wilden naar Böde naar de Salstraumen. Maar na een paar dagen autorijden had ik er schoon genoeg van. Böde is een mooie stad maar net iets te ver weg.

Op donderdag negen juli waren we in Holsted. Dit ligt aan de Namsen een bekende maar dure zalmrivier. Na geïnformeerd te hebben bij de campingbaas bleek er nog een riviertje vlak bij te zijn. Hier was het een stuk goedkoper en er bestond een kansje om een zalm te vangen. Ik had een vergunning voor twaalf uur, van 's avond acht tot 's ochtends acht. Om zeven uur vertrek ik, want ik wilde niet te laat zijn. Bij de rivier aangekomen bleek dat ik niet de eerste was. Er was al een Noors echtpaar, zij visten aan het begin van de rivier in een stuk privé water. Even een praatje maken. De man sprak goed engels. Hij vertelde mij dat straks bij hoog water de zalmen de rivier op zouden trekken. Hoe laat is het hoog water, vroeg ik hem. Om elf uur. Het was pas half acht. Nog een uurtje gekletst en toen verder naar de zone waar ik mocht vissen. Bij de rivier aangekomen werd ik door duizenden muggen verwelkomd. Alles zoveel mogelijk bedekken en goed insmeren.
Om elf uur kwam ik bij een mooi stuk water. Helaas er stond al iemand, een vriendelijke oude Noor. Hij maakte duidelijk dat ik wel op zijn plaats mocht vissen. Na een poosje wisselenden we weer. Hij vissen en ik toekijken maar geen een van ons twee die wat ving.
Om half twee teleurgesteld terug naar de camping.

We hadden het plan om via Osen naar Utre Wikna te gaan. Dit ligt aan de kust en misschien kon ik een paar gulletjes vangen. Ik was druk bezig toen Jeltje mij riep. Moet je eens kijken die mensen hebben hele dikke zalmen gevangen. Zes zalmen hadden de heren gevangen. Het is ongelijk verdeeld in de wereld. We vertrokken laat tegen twaalven. Ik moet nog wel wat boodschappen doen zei Jeltje, dus even gestopt in Osen bij de supermarkt. Terwijl zij boodschappen ging halen strekte ik even de benen. Terug bij de auto rook ik een branderige geur. Zal wel uit de garage komen die naast de winkel stond. We reden verder en hadden een heel mooi uitzicht op een lange brug. Even stoppen om een foto te maken. We stapten uit en gelijk weer die nare geur. Het was de achterband.
De auto op de krik en de band er af. De rem was blijven hangen en was gloeiend heet. We kunnen zo niet verder, dit moet eerst gemaakt worden.

Gelukkig was er een garage in de buurt en hier maar informeren of de rem gemaakt kon worden. Het was zaterdagmiddag en de monteurs waren vrij. Ook de garage in het dorp is gesloten vertelde de kassier. Maandag dan kon ik de auto laten maken. Gelijk een afspraak gemaakt voor maandagochtend negen uur. We moesten hier noodgedwongen blijven. Er was een camping bij de riviermonding. Het weer was goed dus de tent opgezet.
Even informeren bij de receptie hoe het met het vissen is. Het was de Stordallagen en het was een zalmrivier. Dat is nog eens boffen. Gelijk een vergunning gekocht. Na het eten naar de rivier. Je zag overal vissen uit het water springen een machtig mooi spektakel. Maar iets vangen, ho maar.

De volgende ochtend om acht uur stond ik weer aan de rivier. Een zwarte vlieg aangeknoopt. Hiermee moest het toch zeker lukken. Ik had de hele rivier voor mij alleen.
Schuin stroomafwaarts inwerpen, op diepte laten komen en dan weer terugvissen. Nog een keer werpen en dan een stap vooruit. Weer hetzelfde ritueel. Wat was dat? Ik voelde een tik en weer, ik sla aan, en ja hoor, hoe is het mogelijk, ik heb een zalm te pakken. Binnen drie kwartier vang ik een zalm. Dit moet Jeltje zien. Ik loop terug naar de tent, zij slaapt nog, hé moet je eens zien een echte zalm 49,5 cm groot, vertel ik trots. No jong wat dochst hier dan, do mast sjen ast nog meer fangst, is haar antwoord. Ze heeft gelijk ik ga terug naar de rivier. Er zit een man vanuit een bootje te vissen. Fanatiek vis ik een stuk af, de vis was er wel, ik zag ze weer springen. Weer een tik op de hengel, mis potverdorie. Gauw weer inwerpen, ja hoor, weer ik sla aan en hangen. De man in het bootje roept mij iets toe. Ik versta hem niet maar roep Lille!

Het was een klein visje dertig cm hooguit. De man roept weer iets. Ikke snakker norsk roep ik. Dan begint hij in het engels. Jij had vanmorgen toch ook al een, ik was onderweg naar je toe. Even aan mijn vrouw laten zien antwoord ik, dit was mijn eerste zalm begrijpt u. Op de vraag waar ik vandaan kom, antwoord ik uit Nederland. Ik ook vertelde hij. Ik kom hier al dertig jaar, ik heb een plekje bij het water. Op het land van een Noorse boer die ik ken, gratis voegt hij er nog aan toe. Typisch Nederlands denk ik. Even later vangt hij er ook nog een, mooie "maat" vis roept hij nog. Ik heb niks meer gevangen maar mijn vakantie kon niet meer stuk, ondanks het slechte weer wat we hebben gehad.

Bij thuiskomst deed ik mijn verhaal aan H. Sleiffer en liet trots de foto's zien. Mooie zeeforel zei hij. Zeeforel! Ja, kijk maar het oog zit gelijk met de achterkant van de bek. Bij een zalm zit het oog ervoor. Ook aan de staartwortel kun je zien dat dit een zeeforel is.
Ik een illusie armer maar een ervaring rijker.

Tjip v. d. Meulen








gallery